Luizen

Het is en blijft heel vervelend: luizen. Samen proberen we de kleine lastpakken zo vlug mogelijk te bestrijden. 
Indien we luizen bij uw kind aantreffen, wordt er een luizenbrief naar de hele groep verstuurd. Daarin staat het vriendelijke verzoek om thuis goed te blijven controleren en zo nodig ook maatregelen te nemen. 

Tip: Kijk ook eens naar dit filmpje van de RIVM.

Hier vindt u de luizenbrief die wij op school hanteren.


Top 10 misverstanden over luizen

 

“Luizen krijgt men als men niet hygiënisch is en lange, onverzorgde haren heeft.” 
Fout: iedereen kan luizen krijgen die via de haren in contact komt met iemand die luizen heeft.


“Ik was luizen gewoon weg met shampoo. Mensen die hun haren niet met shampoo wassen krijgen luizen.”
 

Fout: Normale shampoo zorgt er niet voor dat de luizen verwijderd worden (denk aan de klemmende greep).


“Luizen en luizeneitjes kam ik gewoon weg.”
 
Fout: Luizen (klemmend) en luizeneitjes (kleven) weerstaan zelfs luizenkammen en föhns.


“Als ik de witte neten afknip zijn de luizen weg.”
 

Fout: De witte neten zijn al leeg en hebben geen functie meer.


“Indien men last heeft van luizen is het alleen van belang degene met luizen te behandelen.”
 

Fout: Alle “contactpersonen” moeten ontluist worden, zij kunnen namelijk ook ongemerkt besmet zijn.


“Als een kind luis heeft moeten het beddengoed, het speelgoed, de vloerbedekking enz. gewassen worden.”
 

Fout: Hoofdluis bevindt zich uitsluitend in de haren en kunnen zonder bloed maar een paar uur leven.

Moeders voeren vaak zinloze activiteiten uit tegen de bestrijding van hoofdluis, zoals het dagelijks wassen van lakens en het bevriezen teddyberen. Deze activiteiten worden als vermoeiend en irriterend gezien. Het is ook onnodig, omdat luizen van warmte houden en alleen het hoofd verlaten wanneer er haar contact is met een andere persoon.


“Een kind dat luizen heeft, mag pas weer naar school als er geen neten meer gesignaleerd zijn.”
 
Fout: geef op school aan dat uw kind luis heeft en dat u het heeft behandeld en dit nogmaals zult doen. Geef aan dat de “bron” waarschijnlijk nog op school aanwezig is).


“Een arts moet constateren dat er geen luizen meer zijn.”
 
Fout: Artsen doen dit niet, ze hebben vaak tijdgebrek en kunnen niet zien of de neten leeg zijn.


“Ik mag van de schoolleiding eisen dat kinderen met luis niet op school mogen komen.”
 
Fout: De schoolleiding houdt nauw contact met de GGD; gezamenlijk wordt naar een oplossing gezocht om het luizenprobleem tegen te gaan. “Wering” wordt niet toegepast.

“Luizen zijn alleen actief in september en januari.” 
Fout: Luizen kunnen het hele jaar door ongenodigde gasten zijn.